Gympass


Melissa van Gestel

‘Als we goed voor onze werknemers willen zorgen en willen dat ze duurzaam inzetbaar blijven, dan moeten we veel meer tijd besteden aan de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers, zodat ze het ook aankunnen.’

Hoe krijg je medewerkers aan het bewegen? Sinds 2012 houdt het van origine Braziliaanse bedrijf Gympass zich hier mee bezig. Niet door sportzalen te bouwen in bedrijven of mensen op te leggen om te sporten, maar door wereldwijd een uitgebreid sport- en wellnessaanbod te hebben. Hun doel? ‘Defeat inactivity.’ We spraken Melissa van Gestel, CEO Gympass Nederland.

Jaarlijks sterven zo’n 3,2 miljoen mensen aan inactiviteit. Cijfers die iedereen zouden moeten schokken. ‘Inactiviteit is hier een verzamelbegrip,’ legt van Gestel uit. ‘Niet bewegen is echt van deze tijd. Zelfs mensen met een fysiek of staand beroep komen thuis en zetten Netflix aan. We bewegen veel te weinig, en daar vloeien veel zaken uit voort. Een hoog cholesterol, overgewicht, en dat samen zorgt voor die 3,2 miljoen mensen.’ Van Gestel ziet dat echt als een wereldwijd probleem. Een probleem dat ook werkgevers raakt en waar zij ‘iets’ mee moeten. Vanuit die gedachte is Gympass gestart. Inmiddels heeft de organisatie 30 kantoren wereldwijd, en biedt zij in verschillende landen een grote verscheidenheid aan gezonde activiteiten aan. In Nederland alleen al zijn dat er zo’n 800.


Belangrijk is daarbij dat het vooral draait om de werknemer. Waar heeft deze behoefte aan en wat zorgt ervoor dat ze gaan bewegen? ‘We leggen de keuze echt bij de werknemer. De een vindt dansen leuk, maar de ander vindt wandelen al te veel. De werkgever moet niet bepalen, maar de werknemer mag kiezen.’ Daarbij hoort ook dat de aangeboden activiteiten bepaalde barrières wegnemen die Gympass zag. ‘We zagen eigenlijk verschillende dingen. Er was behoefte aan een groot aanbod; we bieden yoga, maar bijvoorbeeld ook een lesje schermen. Daarnaast was locatie een grote drempel. Vaak was iets gebonden aan het kantoor van de organisatie, maar medewerkers zijn ook veel onderweg of wonen heel ergens anders.’ Het is daarom het doel van het platform om overal te zitten waar werknemers ook zijn. ‘Zodat ze geen reden hebben om te zeggen dat ze geen tijd hebben of dat er niets bij hen in de buurt zit,’ zegt van Gestel. De laatste barrière die Gympass wil wegnemen is de prijs van abonnementen. ‘Dat is eigenlijk nog steeds een hele belangrijke. Mensen die niet sporten of bewegen, willen niet gelijk een abonnement afsluiten van X euro per maand en dat je er dan vervolgens ook nog een jaar aan vastzit. Dat nemen we weg door het behapbaarder te maken. Mensen kunnen elke dag bepalen of ze wel of niet willen.’


Dat is tegelijkertijd ook een van de belangrijkste vuistregels van Gympass: ze willen juist de mensen bereiken die níet snel uit zichzelf zouden bewegen. Want daar is nog de grootste winst te halen. En daarom kijkt Gympass naar hoe ze het mensen zo makkelijk mogelijk kunnen maken om dan toch een zwemles of uurtje boksen te volgen. Door barrières weg te halen, maar juist óók door actief te stimuleren en te activeren. ‘Als we HR alleen ons platform zouden geven, dan is er een lage kans dat mensen die niet bewegen ook echt in beweging komen,’ zegt van Gestel. ‘Dan raken we vooral de doelgroep die het sowieso al leuk vond om te doen, dat is maar drie tot vijf procent van de bevolking. Onze trademark is dat wij juist die mensen in beweging krijgen die dat lastiger vinden.’ Daarom noemt de organisatie zichzelf ook een ontdekkingsplatform. ‘Waarbij we voor iedereen een activiteit vinden om van te houden.’


Maar in hoeverre kan en mag de werkgever zich bemoeien met de fitheid van een medewerker? En waarom hebben juist werkgevers daar ook zo’n belangrijke rol in? ‘We weten dat we veel van onze werknemers vragen,’ legt van Gestel uit. ‘We willen dat ze tot hun 67ste doorgaan, en verwachten dat ze acht tot twaalf uur per dag werken. Dat is heel gek. Vergelijk het met een atleet; in de sport ben je negentig procent van de tijd aan het trainen, ben je bezig met je voeding en met je slaap, kortom met zorgen dat je kan presteren. En maar tien procent ben je daadwerkelijk bezig met presteren.’


In de corporate wereld is dat eigenlijk andersom, terwijl je toch grotendeels bezig bent op de toppen van je kunnen. Van Gestel ziet dat we daar echt anders over moeten gaan denken. ‘Als we goed voor onze werknemers willen zorgen en willen dat ze duurzaam inzetbaar blijven, dan moeten we veel meer tijd besteden aan de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers, zodat ze het ook aankunnen.’ En daarbij geldt ook weer voor de werkgever: ‘niet opleggen, maar faciliteren.’ En inclusiviteit is daarbij van groot belang. ‘Je zegt toch al snel: we hebben één oplossing in de buurt van het hoofdkantoor of deze is alleen voor de hoogopgeleiden. Je bent al snel aan het uitsluiten. Het is niet one size fits all, maar one size fits me.’ Van Gestel pleit er ook voor dat je dat dan ook echt laat doen door een bedrijf dat daar gespecialiseerd in is. ‘Zodat jij je gewoon op je eigen baan kan richten en zodat medewerkers zélf een keuze hebben.’


Waarom denkt van Gestel dat bewegen nu – gelukkig – steeds meer op de agenda wordt gezet door organisaties? ‘Dat heeft deels met de economie en de krapte op de arbeidsmarkt te maken. We zien dat het heel moeilijk is om talent aan te trekken en te behouden. Daardoor is steeds meer behoefte om ze inzetbaar te houden.’ Daarnaast ziet van Gestel ook echt een verschuiving in het denken over vitaliteit. ‘We gaan weg van dat hele reactieve Arbobeleid. Van hoe kan je mensen re-integreren naar een proactief vitaliteitsbeleid. Ze willen voorkomen in plaats van genezen.’ En als laatste wordt goed werkgeverschap simpelweg steeds belangrijker. ‘Waar sta je voor? En wat bied je je medewerkers?’

Goed werkgeverschap wordt steeds belangrijker. ‘Waar sta je voor? En wat bied je je medewerkers?’

Deel dit op social media